25. jan, 2019

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

En winter kwam uit z'n herfststand
Het is koud in 't land
Weiden en velden verstijfd van vorst
Takken kraken in het bevroren bos

De nacht ligt helder onder witte sterren
Dromen landen op de maan van verre
En hemel opent mond en ogen
Zonnewind raakt ons sterk gebogen

 


© Rudolf

13. dec, 2018

 

Een verte lonkt

Een berggebied
Als bekend verschiet

Mijn ziel zingt
Alreeds het nieuwste lied

Naar noorder streken
Hemels en zuiver

Waar de zon brandt
Doorheen het zomers duister
Een halve nacht
Over de noorder horizon fluistert 

Mijn schip van de noord
Voor die reis wacht

Naar de schoonste rotsen
Van ons paradijs

Ik lach 

 


© Rudolf

23. nov, 2018

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Ik zweef over de eeuwige ketens van deze wereld
Over de sneeuwige ruggengraat van de wit toegedekte gletsjers
Waarin het licht zijn eigen weg vindt in de diep gespleten en gesmolten holten

Ik zweef over de hardste granietlagen als een dief onder de bijna stilstaande wolken
Aan stuivende watervallen voorbij 
Over kille kronkelende bruisende wilde wateren
Kobaltblauwe meren soms eng verscholen onder een hemels blauw

Ik zweef over lieflijke dorpjes
Oude houten huizen met gras geïsoleerde daken
Over slingerende gekunstelde natuurwegen
Over begraafplaatsen met meeuwen overdag
En hellevuur in de nacht

 


© Rudolf

13. nov, 2018

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Ik hou van wild water
Van blootsvoets waden
De stroom koeltjes aan mijn knieën
In rivieren die nooit dood bloeden

Van een vlucht weidevogels
Daarginds
Een eland half verscholen
Knabbelend aan tak en twijg

Van een waterval
Waterdamp als rook
Grassprieten nat in een droge wind
Vol van druppels met de kleinste spiegelbeelden

Van een paard
Die zich om en om in zuiverheid rolt
Over deze wonderschone aard
Met daarin een tweezaam bed

 


© Rudolf

19. okt, 2018

 

 

 

 

 

 

 

 

vissershuizen, aloud,
staan er verweefd in het duister,
de straten gehoekt aangesloten op elkaar,
de te kleine tuin vaker achter,
waar geurend de bloesem bloeit

deze omgeving is mij niet vreemd meer,
met mijn verwende blik richting kleurende zonnerotsen,
doch omarmt heeft mijn hart ook deze stad,
waar men de haven nog bevaren mag in de nacht

dan hoog die zeilen, de avond bruist, laat gaan,
laat varen dat waardig fregat,
dra de sterren de hemel fleuren,
als klokken de dag uit,
bellen de nacht inluiden

 


© Rudolf