19. okt, 2018

 

 

 

 

 

 

 

 

vissershuizen, aloud,
staan er verweefd in het duister,
de straten gehoekt aangesloten op elkaar,
de te kleine tuin vaker achter,
waar geurend de bloesem bloeit

deze omgeving is mij niet vreemd meer,
met mijn verwende blik richting kleurende zonnerotsen,
doch omarmt heeft mijn hart ook deze stad,
waar men de haven nog bevaren mag in de nacht

dan hoog die zeilen, de avond bruist, laat gaan,
laat varen dat waardig fregat,
dra de sterren de hemel fleuren,
als klokken de dag uit,
bellen de nacht inluiden

 


© Rudolf

18. okt, 2018

 

 

 

 

 

 

 

 

een verlate herfst legt milde schaduwen neer
geen zucht geen wind geen gefluister
in een wereld stil en verduisterd
zelfs de maan komt niet meer
aan de hemel naakt en grijs

geen gesternte dat oud gloeit in de nacht
waar opperste stilte op een nieuwe morgen wacht
het mistige woud zich heel wijs
erg rustig houdt
de vochtige ochtend zal kil zelfs koud

 


© Rudolf

10. okt, 2018

 

 

 

 

 

 

 

stap in die wereld
laat los dat monster
en ga
laat gaan jezelf

wankel over graniet
langs kille gletsjers
schijnbaar in rust

laat je stappen
in eeuwige sneeuw

een oeroud bos
in vorst rond twintig plus

over grofkorrelig zand
in koel schoon water
onder een schel geschater
van zee en kok

en lach mee
die meeuw

ga
vertrek
naar nieuwe plaatsen

wees vuur
en stook het op
stook jezelf hoog op

terg jezelf
en slecht je toppen
je hoogst mogelijke toppen

de dag
in nacht

de nacht
in dag

 


© Rudolf

3. okt, 2018

 

Een kille stroom glijdt tussen lagen door van graniet, en bruist en kolkt en kracht naar zee, en neemt zand en voedsel mee.
Eindeloos en eindeloos kan men volmaakt dolen over robuuste streken, onder het avond en ochtendrood, in een wereld stil en verlicht, geen gerucht en geen wind.
Waar d'midzomernacht lange schaduwen legt, waar de hoogste bergen oplichten, in gloeiend rose rood, als de schemer valt, en een grote rode maan, oost uit de horizon stijgt.

Dan een oeroud zwijgen zich opricht.

Bij een vergezicht in stilte, alleen.

 

 

© Rudolf

23. sep, 2018

 

 

 

 

 

 

 

arenden zwierig zwierend laag de vlucht
duiken schuin in diepe wateren
terug met vis in de lucht

in ondiepe stromen
wentelen visetende otters speels
dammen bevers hoger het waterpeil
geen boom is er nog veilig

de rivieren en meren helder
zuiver op de graat zalm en forel

ik bestijg adembenemend een brok graniet
ademloos een berg van het noorden
een roof doorcirkelt de hemel op duizend meter of twee

ik drink wat wijn en droom de tijd van grote vrede
geen mens nog die zware lasten torst
nimmer nog wordt de wet geschonden
zonder lichte of zwaardere straffen

en genade spreekt
spreekt zich uit over de aard
over mens onvolwassen geest 
en onschuldige dieren

 


© Rudolf