31. jul, 2015

05. Zomerzon.


Sprekende gitaargeluiden.
Snaren die de bladeren strelen,
van de gewassen,
bij een glas wijn en een eindig uitzicht
op deze hemelse aard.

De spanten van dit tijdelijk huis
dansen mee.

En hier, niet ver van de zee,
hier geraak ik gewis niet meer uitgezanikt.

Hier beveelt mijn brein mijn hand
beveelt mijn pen, beveelt…

Na weer een nacht van volle flessen,
voor onverwachte gasten bestemd;

ik tel ze, de glazen, als krenterige Nederlander
tel ik ze tot het licht aan is en uit.
Kort, te kort zingt hier de zomer luid.

De aarde, deze aard, de som van alle geuren,
alle kleuren.

Noren zijn maar gelukkige mensen.


© Rudolf