29. jul, 2015

04. Ouwebetten


Door het oog,
door de naald,
omhoog, omlaag,
haven in en uit
en weer in.

Kuieren langs de vismarkt,
ogen die je dood aankijken,
zich geroosterd laten smaken,
ik priem ze tot drie in getal.

Als zij s’ avonds samen komen, hier,
in een liederend protest gebed,
of gewoon, om te ouwebetten,
met een glas vol vertier,
sluit ik mij met een gerust hart bij hen aan.

Meng mij als bekendste onbekende
onder hen, zonder uitgeknepen gezicht,
zonder pet en hand ophouden,
zonder opgevouwen handen van schijnheiligheid.

Zolang maar vervuld mens ogen blijven.


© Rudolf