28. jul, 2015

03. Klein ogend


Na hoog met de Fløibanen,
heb ik mijn pen uitgeleend
en heb daar leren zingen,
aan de reling naar omlaag.

Ik zong daar dat heel de mensheid
in vrijen ligt, in de vele bio gaarden,
elke kreet een verrukking,
miljarden gelukkigen in mijn hoofd.
De kinderen in hun ontwikkeling vrij
en veler idee in oprichting.
Elke madam zwanger van de aard.

Elke blik een orgasme.

Ik werd wakker op een galoperende merrie
en boerde de glazen naar omhoog
mijn neusgaten uit.
Een eerste licht bleek niet aan mij besteed.
Mijn leden sliepen hevig in en de wekker
rammelde langzaam een gat in het raam,
ik huiverde klein ogend wakker.

Vis wordt zuiver betaald vandaag.


© Rudolf