25. jul, 2015

01. Op weg


Op weg, in de auto,
op reis, alleen,
met twee.

Mijn bovenkamer loopt leeg,
alleen.

Ik bijt mijn tanden in het rad
en glimlach breed uit de maan
op de aardse nacht,
vervuilt van neonlicht.

Ik volg de witte strepen
en eet de vormloze zichten.

Ga richting waarin ik in gedachten
reeds verblijf.
Als ik me vergankelijk heb bevrijd,
van groot worden.

Van lieven en dienen.

Ik slaap er de wateren
in en uit.


© Rudolf