19. mei, 2016

Gelukzalig bijna



Mijn hart is heimelijk naar een plaats,
dat het kent.
Het struint daar hoog opwaarts om vergezichten te zien,
vanuit alle richtingen.
Mijn ziel, mijn lijf, nog thuis, wachten ongestadig.

Mijn rechter oor lijdt aan een hevig iets,
de linker heeft wat Oost-Indisch, vaak,
terwijl mijn ogen knock-out zijn gegaan in
een onmogelijk pollengevecht.

Mijn verliefd hart struint gelukzalig al in een land,
waar de lucht zuiver ademt
en regen helder de bergen afstroomt.

Lijf en ziel zijn thuis,
nog niet op reis,
alleen een klein doch niet onbelangrijk deel van mij.

Maar zonder ons beiden,
helaas.



© Rudolf

.