16. apr, 2016

Ik gloei



Het is nabij de zaden,
een slaperigheid in mij.

Het is ten tijde van ’t wakker sneeuwen
van bloesem,
dat een slaap in een kelk wordt gezoet,
een droom wordt verstaan.

En ik voel me gebroken, en lig vol gesnoven
in mijn bed, op zwoele hoogte,
onder een hemel van vroege lentebomen.

En het ademt.
Het beademt me.
En die adem snoeit me dicht.

Het zweet en traant zich uit,
uit oog en neus en...

En ik gloei koortsachtig,
onder de hoede van twee bloeiende planten.



© Rudolf

.