11. jul, 2015

02. Ik klop aan


Ik droom mijzelf naar het noorden.
En vol overgave,
waar ik te midden van robuuste oorden sta.
Waar ik sta te turen,
aan een stroom van een meanderende waterladder.

Waar ik aan de poort van de hemel klop.

Het geeft mij onderdak, het laat mij slapen,
als naamloze in mijn tweede aard,
waar de hemelse streken samenvallen.

In een stilte waarin dier en mens kunnen ademen.
Om later terug aan tafel te gaan.
Weer terug in het hart van een beminde.

Ik heb mijn leven hier in een schaal geleegd,
Mijn inhoud afgewogen, inclusief mijn karig vermogen.

Ik heb mezelf in orde bevonden.


© Rudolf