14. jul, 2015


Zondag komt de zomer
moe gewerkt uit het rad
en begint het draaien
waarop je zo lang hebt gewacht
en wordt mijn halen in kaart gebracht.

Ik zwijg en adem dan noordwaarts
over wegen de steden en dorpen uit,
van vuil onuitstaanbaar neon vergeven.

Onslaap de donkerte lang,
volg riemvast witte lijnen,
besluip vormloos de uitzinnige verten

En verdrink mezelf over de wateren
later.

O Bergen!


© Rudolf

11. jul, 2015


Ik droom mijzelf naar het noorden.
En vol overgave,
waar ik te midden van robuuste oorden sta.
Waar ik sta te turen,
aan een stroom van een meanderende waterladder.

Waar ik aan de poort van de hemel klop.

Het geeft mij onderdak, het laat mij slapen,
als naamloze in mijn tweede aard,
waar de hemelse streken samenvallen.

In een stilte waarin dier en mens kunnen ademen.
Om later terug aan tafel te gaan.
Weer terug in het hart van een beminde.

Ik heb mijn leven hier in een schaal geleegd,
Mijn inhoud afgewogen, inclusief mijn karig vermogen.

Ik heb mezelf in orde bevonden.


© Rudolf

5. jul, 2015



De tijd nadert.

Mijn hart voelt nog steeds bewoond.

Alsof het koningsijs, na een jaar,
nog altijd in mij troont.

Deze echo’s verwerden geenszins tot herinneringen.
Het beleven, de gletsjerbeelden,
en nog zo’n honderd en een paar,
ze waren zelden ver van mij vandaan.

Maar toch.

Maar toch bevangt mij een ongedurig verlangen vandaag.

Twee weken nog.



© Rudolf