3. jul, 2015



Wij verzonnen ons naakt,
begonnen een liefde
die zo echt was als haat.

Zij kuste steeds mijn slechte dromen op tilt.

Ik wist soms met mijn geest geen raad.

Een toonaard,
zo leek mijn leven vaak,
zonder het bestaan van enig samenhang.
Ik zong vervreemd van iedereen vandaan.

Wij zongen tweemondig
de Peer Gynt van Edvard Grieg,
omarmden aan het schoonste fjord elkaar.

Zwegen ons aan,
terwijl de middernachtzon...

Wij gloeiden in en uit mekaar.



© Rudolf

3. jul, 2015



Nog jong van geest
droom ik dat ik er opeens verscheen,
op het door de jaren heen hard gepolijst gesteente,
aan het eentonig zingende water.
Zijn val breekt er mijn stem in tweeën.
Zij vonden daar geen grond toen ik weer verdween.

Nog jong van geest
droom ik dat ik daar op een veranda sta
te spelen met een vlucht van meeuwen,
zij er mijn broodvingers betwisten.
Dan snellen naar de kiftende jongen.
Zij hun honger daar schrokkend in ontvangst nemen.

Nog jong van geest
droom ik dat ik er slaap,
als herten in de verte er luidkeels burlen over het land,
het noorderlicht de spanten van de sponningen tilt,
van het huis van waaruit we ’s nachts het maanlicht beminnen,
door het immens slapend dakvenster.



© Rudolf

3. jul, 2015



Wij lezen daar dagelijks onze kranten ’s avonds
de vlammen in.
Wij horen het knetteren als schoten in de verte.
In een verte waar bange kinderen en honger…

Weggelopen uit een dorp, een stad van as en rook.
Elk met een eigen verhaal.

De kern brandt een gat in ons geweten.



© Rudolf


3. jul, 2015



Ik droom van een huis dat het onze niet is.
Ik droom van een lied.

Van de plek waar Edvard Grieg zijn inspiratie vond.
Van waar uit zijn hoofd en mond de Peer Gynt Vegen ontstond.
Waar gesloten bomen open slaan, voor wat wisselgeld.
Voor het onderhouden van een lang lyriek van aangestampte kiezelstenen.

De aard, z’n krachten, deze pracht; zij bedachten, dachten het uit.

De noren; zij bakeren.
Met liefde.
Alsof zij het bewaren, het bewaken,
als een levenstaak ervaren.

Nog twee weken, nog maar twee weken te gaan.



© Rudolf