3. jul, 2015



Een week nog en dat maal vier.
Het lukt me.
Nog vier te gaan.
Ook ik ben dan weer op reis,
in mijn wielenros,
van strak getrokken staal.

Op een boot.
Ontschepen.
Verwachtingsvol.

Met flessen vol wijn
aan de douane voorbij.

Ik treed toe,
in een overweldigend land.
Ik zie dan even niet meer achterom.
Alleen vooruit naar wat komen gaat,
naar al dat moois wat zal komen.

Een week nog en dat maal vier.
Het komt goed.
Het moet van mezelf.
Het komt goed met mezelf.
En dit maal vier.


© Rudolf

3. jul, 2015



Ik beeld mijn gedachten
van oog en oor
over noordelijke gronden.

Ik loop daar op twee schoenen, kort.
Klim met mijn twee handen
en al mijn acht vingers
de nacht in, bloot.

In eeuwig sneeuw.
Mijn voeten branden gaten in het ijs.

Mijn tenen breken de zwervende keien
langs elk granieten pad.
Mijn sprieten voelen aan de heldere sterren,
zij vallen prompt in een bestemming onbekend.

Mijn ogen zweven er van mij vandaan,
stil de verregende afgrond in,
zonder bodemzicht.

Ik drijf zeik
mijn droomkuip uit.



© Rudolf

3. jul, 2015



In zijn langste schijn
belicht juni er de dagen
voorbij de cirkel.

Meer en meer verliest
sneeuw terrein.

Ik hef vol winterbellen
het glas op de koning,
in donker permafrost gekoeld.

Ik sta op de drempel
van een autoloos bestaan.
Loop ter overdenking
de ganse verte in,
ver van hier vandaan.

Ik herbegin vooreerst van binnen.

Leg daar mijn bovenkamer
op oud ijs,
excellent gereset
de volgende morgen.

Mijn zorgen.
Ik verwens ze allen in mijn slaap.

O middernacht
O zon



© Rudolf

3. jul, 2015



Nog ruim drie weken dagdromen.
Nog drie weken van klam wakker worden,
naast een tafel met brief en adres,
in mijn droomhoek met boek en een fles.

Ik slaap mezelf een weg naar het noorden,
naar bestendige huizen,
met winterramen en horizontuinen
en zicht op onbespoten gewassen.

Ik eet ze uit beleefdheid alle dagen.
De wijn drink ik uit kristallen glazen.

Geen mens weet hoe ik heet in die omgeving
en ook ik ben daar mijn naam vergeten,
op dat terras met mijn voeten omhoog,
warm van schaaf en blaar.

Ik breng naar bed mijn flessen
en zoek enig houvast bij de oplichtende sterren,
hoog vastgesteld is promillage.

Langzaam dicht vallen mijn ogen
na een dag van intens dromen.

O jongens,
drie weken nog.
Nog maar drie te gaan
en een beetje.



© Rudolf

3. jul, 2015



Uit bed.
Onderweg.
Op reis met mezelf.
Naar een kaart die in mijn dromen verscheen.
Naar een liefde groot.
Naar een straat een dorp
in het aardse hart van de lach.

Weg uit het stadslawaai
dat langzaam bedaart,
verder van de kustlijn vandaan.

Je hart laten vlinderen
in het binnenste van je ziel,
zeezicht is nu de norm,
ook de zon raakt in vorm.

Als een bliksem slaat in de wijn.
Ik ronk de hemel zwart vannacht.

Nog drie weken...



© Rudolf