.

26. nov, 2015

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Het ochtendgrijs als een naargeestige deken.
Een bladzij vol van morgendauw.
Een kleine plas.

Een stad.
Een hemelse vrouw…

Maar schreiend wolkte zij de hemel in.
Van daar vielen haar tranen met bakken neer.

Een vloed als donder en de horizon ging onder.

Rap verdronken werd de dag beschouwd.
En het klaarde nimmer weer.

 

© Rudolf

 

15. nov, 2015

 

 

 

 

 

 

 


Ik denk
ik zit aan een tafel vrij,
met één stoel,
een boek,
met een glas wijn erbij.

Ik dacht
ik zit aan een tafel vrij,
met één stoel,
een boek,
met een glas wijn erbij.

Heb ik u gevraagd?
Denk ik zachtop.

Ik zit aan een tafel vrij,
met twee stoelen,
een boek,
twee lege glazen
en dat is het dan wel,
zo ongeveer.

 

© Rudolf

 

14. nov, 2015

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

ginds 
aan de overkant
klinken instrumenten
en lichten er lantarens
niet alleen om de minne
maar ook om de edele dingen
en alles waar verder mee te beginnen

 

© Rudolf

 

1. nov, 2015

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Blijf op je pad, het gaat mij niet aan.
De grond zal vervloekt zijn,
doorns en distels zal hij voortbrengen,
voor hen...

Mensen leven in overvloed
en weten vaak niet wat waardevol is,
wat echt waardevol is,
en wat niet waardevol is,
en vermoorden er mensen om,
kinderen,
als ze hinderen,
meedogenloos.

“Moest ik gaan door het dal van de schaduw des doods,
het kwaad zal ik niet vrezen.”
Amen.

Ik heb er niet de juiste woorden voor
om te helpen,
maar de boodschap moet worden uitgedragen.
Nog heb ik ze niet,
maar ze vinden zal ik.

Ik zal vinden.

Iedereen die de bron kent, er weet van heeft,
leeft en zal vinden,
terugvinden.

Blijf op het pad, het gaat je niet aan.

Ik houd het geloof.

 

© Rudolf

 

30. okt, 2015
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
  
 
 
 
Oktober donkert ons aan met zijn donkerste grimas,
in het hardste hout verscholen
en slaat eikels bij regelmaat de bodem in.
 
De maan stamelt zijn licht in de geslagen aarde,
tussen vale wolken,
gebladerte valt en dekent in goud.
 
Wij verzamelen smoezelwijn in de kilste kamer.
Wij haarden gestolen hout op tot een laaien.
Kloppen in vele buurten aan lege borden.
 
Staan vage aandelen op te waarderen,
met gevouwen handen,
dromend van een financieel paradijs.
 
Wij dragen zijn hemel naar de afgrond,
schapen volgzaam een onwerkelijkheid.
 
De aarde schraalt steeds sneller naar vuur en vlam,
als een ziedende zon.
 
Slechts weinigen nog zien om
naar het centrum van de ernst.
 
 
© Rudolf