.

19. dec, 2015

 

Aldus,
verdiept in de bruisende ziel der mensen,
in hun grote werkhuizen,
in verstikkende lucht van beeldschermen en telefoons,
daar, ja,
daarzo werd een nieuwe term geboren,
zo was mij te horen gekomen,
zo werd mij verteld:
zelfmaaiend gras!

Nu blijft het wachten op een zelfplassend toilet.

 

© Rudolf

 

16. dec, 2015

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

  

vergrendel de vensters
kwak dicht dat dak
kleur de gesloten deuren
met gebonden grond

en bind je handen en voeten
aan slapeloze nachten
terwijl de dagen
om een zinnig besteden roepen
van de vele lege borden

en bedenk jezelf tot de orde
van had ik maar
was ik maar

 

© Rudolf

 

5. dec, 2015

 

 

 

 

 

 

 
In  de verte rennen de verguisde kuiten van deze herfst,
schreeuwen bloesems onder een broeikasdak,
dat ons allen in een wurggreep houdt.
Overmorgen wordt de winter een zwaar geval.

Dan staan wij blootsvoets in de sneeuw en redetwisten met elkaar,
rennen wij stil en beschaamd over ‘t hardijs van de nacht.
Over overmorgen wordt de winter een hard gelag.

Dan staan wij kraakhelder gekneveld in een korst van ijs,
met zwarte tenen en zwaar vergrendeld zal blijven de dagopening.
De zon en haar stralen zouden het licht niet vinden.

Dan valt de lente in langdurige sneeuw, die alles,
zelfs de zomer die nadert, onherkenbaar maakt,
met daaronder het troostende zaad van de bedekte aarde.
Zon en maan zouden samen uit dansen gaan.

 

© Rudolf

 

1. dec, 2015

 

Ik hoor mezelf zacht zuchten
door het rulle zand
van vier seizoenen,
langs een zee die roept.

Deze herfst heb je veelvuldig
op een deur geklopt,
troosteloos je zandloper gezocht,
in een leegte die naar je wenkt.

Naar jou bleef ik verlangend verlangen,
omstrengeld in een hemels bed,
in een rozen kamer, waarbij je wijdbeens
de toon zet en tijd opnieuw begint te kloppen.

Ik voel mezelf koel zinken
in het zilte zilt
van één van de seizoenen,
liefde briefde steeds tevergeefs.

 

© Rudolf

 

28. nov, 2015
 
 
 
 
 
  
 
 
 
  
 
 
De golden zon
straalt zacht ademend
in het neveldal
 
Parels glanzen
in zwaar spinrag
waar nood werd beslecht
 
Gestorven rozen
rood en geel
wind beveelt vlak water
 
Bladeren gronden
de herfst dekent
sneeuw volgt niet veel later
 
De dood breekt zwak leven
kou werpt haar vruchten
er is geen schoot
 
Adem van mond geroofd
de ooster snelt richting westen
zoekende tenten raken ijzig stil
 
 
© Rudolf