Proza

2. jun, 2015

 

eind mei
hartje lente
een moordende voormoesson in India

bedekt tussen kale vensters
zit een jongen stil naast de zinderende stralen

hij voelt de vroege en brandende hitte
hoort banden kleven over het smeltend zwart

de loden auto’s
karren af en aan

loom plukt hij aan zijn haren
voor hij terugkruipt
weg uit het extreme

een tikkeltje uitgedroogd
de wat koelere kelder in

de slagregens laten nog even op zich wachten

 

© Rudolf

 

17. mei, 2015

 

zeit ge een “woordennaar”
dan blijft ge schrijven hier
vandaag
en ook morgen

wellicht verdwijnen je inktstrepen
in elk geschreven woord

of niet

zoals zij
daar!
waar men van geen vrijheid weet!

waar vele kindervingers kleven
aan het nog ongebakken leisteen
slapen in het onbetaald bed van hun vaders
onder de donkere wolken
van een eeuwigdurende lening

van vader op kind, op kind
op kind
kind
op

wij zijn hier eigen baas over wat wij kopen

wij kunnen blijven kloppen
aan de deuren van ongeopend leven

elke afgesloten weg kunnen wij slechten

alle ongeopende kindstenen onverkoopbaar laten

wij kunnen

 

© Rudolf

 

24. jan, 2015

 

Goedemiddag, u wilt gekortwiekt worden?
Gaat u zitten en neemt uzelf een kopje slootwater.
Het kan nog duren, even wat langer dan kort.

Ik zal dat varkentje wel even snel wassen,
verneem ik wat later vanuit mijn oorhoek.
Komt u maar mee, spreekt de jongedame mij vriendelijk toe
Soppen doet ze, mijn welige ietwat te lange haarbos.
De intense geuren walmen me tegemoet.
Mijn voelsprieten trillen in galop.

Met gewassen haren zink ik onderuit,
lui loerend in een spiegel, zonder ogen,
terwijl in mijn ooghoek,
iets wat lijkt op een elektrische heggenschaar,
hevig protesteert.

Ze knipt, zaagt en slijpt tot ze er bij neervallen,
mijn natuurgetrouwe haarlokken.
Plots buigt de kapster zich voorover,
spontaan dreigt gelijk één van haar borsten te ontsnappen.

Uw haren moeten even drogen al voor ik ze kan afmaken,
vertelt ze.
Ze verscheen met een heteluchtkanon.
Help, arme ik, mijn haren worden nu omgebracht,
geroosterd, afgemaakt.

Zo, nu nog even wat smeersel erin,
ze vallen dan zo heerlijk naar achteren,
vertelt de jonge deerne me.
En warempel, het lijkt nog wat ook.

Een slordige 23 twintig neurootjes slanker verlaat ik,
als heer, gekortwiekt de salon
en laat de weelderige geuren voor wat ze zijn.

23. jan, 2015

 

ontvankelijkheid kun je forceren, niet de liefde.
nooit de liefde.
de dood veegt weg, vaak abrupt
de meesten in stilte, zoals ze gekomen zijn, in stille trom.
soms in een roffelende trom.
in een wolk van nicotine en mislukte zinnen.
van lichaamsgeuren en verzwegen verlangens

23. jan, 2015

 

een Big Bang
een onmetelijk heelal
Godendeeltjes creëerden

er kwam een gele zon
opvlammend aan de rand van de hemel
een aarde in jonge glans vol aardse krachten
oceanen en poëzie van wind en water
en als een wonder
de aarde met bloemen bedekt

er ontstond een oneindige verscheidenheid
aan leven

zij creëerden amoureuze gebaren
talen van begeerte in veren en bont
opmaak en kledij met vertoon en poses
gerucht geroep extase geprevel
en duizenden trucjes versier

er waren avonden en ochtenden
winters met ijs en sneeuw
lentes vol hoop verdrietige herfsten
harmonieuze liederen rondden de wereld
en er werd geredetwist
gedanst gestreden en gekust

dan verscheen de mens
die zichzelf in dromen zag
het behagen erfde
weer ten grave daalde
nieuw geborenen dichtten steeds de gaten
en men bouwde steden langs wateren
bevoer de zeeën op winderige dagen
en

en laat ons verheugd zijn
een harmonieus leven lijden
want hoe schoon hoe wonderschoon
is niet dit mysterieuze bestaan