15. dec, 2018

 

 

Wanneer wij, zij aan zij, wij stil
van en met elkaar, ogen vol van liefde
van onzichtbare tranen, en samen
in contact met de aard, de aarde

en zoals je soms en vaker, hing aan mij
jezelf vastklampte, alsof ik een zee
een rustige spiegelzee, samen in tederheid, samen
was je maar wat blij met mij, de weinige momenten
stilletjes samen, met soms een vluchtige knuff

zo nog steeds ruist de wind, door bladeren
glijden mijn vingers, in gedachten, door je zachte haren
wij samen, voor even zij aan zij, even helemaal alleen
weg van het gedruis

ogen vol van liefde, van onzichtbare tranen
in contact met de aard, elkaar, de aarde
met soms een vluchtige knuff
het komt goed, vertelde je, steeds 
in stille omhelzing, en oprechte kus

 


© Rudolf

9. dec, 2018

 

 

O kon ik je jouw leven
Met rode rozen tooien
Je bed en bad heet
Met bloemen bestrooien
Als ik je dat mocht geven
Met mijn oprecht bloed
Ik zou de liefde weven
Wij samen geheel aaneen
In jouw beschreven boek

 


© Rudolf

29. nov, 2018

Jij

 

Een hemeling die naar warmte smacht
Je lippen in lijn van een zalige lach
Twee fraaie wimpers boven dromerige ogen
Je neusje lief wat licht gebogen

Een haarlok en mijn vingers en handen om in te draaien
Wangen om te zoenen te strelen en te aaien
Haren en rondingen om heerlijk te verwennen
Daar droom ik steeds van zal ik je eerlijk bekennen

 


© Rudolf

25. nov, 2018

 

 

 

 

 

 

 

 

In stilte
Lees ik je fraaie ogen
Er aan voorbij
Zie ik je prachtige ziel
Je groot hart

Ik val
Val gelukzalig

 


© Rudolf

18. nov, 2018

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Onzichtbaar beweegt de zomerwind het loof
In licht bladgeruis

Watergevuld met tedere hand wordt een kruik
De lucht zwoel de dekens verhit na een boel geklets

Zie daar zuigt een snoek aan ons aas
Zonder getrek aan de bek zo het hoort

Slechts watergekoeld zonder haak
Onze kruik gevuld voor beider les

En de snoek geheel in vrijheid
Jaagt zoet stilletjes in wateren voort

 


© Rudolf